Bestuursleden van een Kleingartenverein werken in principe onbetaald. Dat betekent dat een Aufwandsentschädigung (onkostenvergoeding) voor het bestuur niet zomaar mag worden uitbetaald, tenzij de statuten dat uitdrukkelijk toestaan én de vergoeding binnen de wettelijke grenzen blijft. Hoe dat precies werkt, en welke bedragen mogelijk zijn, lees je hieronder.
Waarom het bestuur in principe geen vergoeding ontvangt
In het Duitse verenigingsrecht geldt als basisregel dat bestuursleden hun werk om niet verrichten. Dat vloeit voort uit het karakter van het vrijwilligerswerk en uit de vereisten voor de steuerliche Gemeinnützigkeit (fiscale aftrekbaarheid als algemeen nut). Een Kleingartenverein die als gemeinnützig is erkend, mag zijn middelen alleen voor het verenigingsdoel gebruiken. Beloont het bestuur zichzelf zonder dat de statuten dat toestaan, dan kan de belastingdienst de gemeinnützige Status intrekken.
Concreet: als de statuten niets regelen over een Aufwandsentschädigung voor het bestuur, is uitbetaling niet toegestaan. Dit geldt ook als de ledenvergadering er mondeling mee instemt. Alleen een statutaire grondslag biedt zekerheid.
Welke vergoedingen zijn wél toegestaan?
Er zijn twee routes die bij een Kleingartenverein voor het bestuur legaal zijn, mits goed vastgelegd.
- Echte onkostenvergoeding (Aufwendungsersatz): Aantoonbare kosten die een bestuurslid voor de vereniging heeft gemaakt, zoals reiskosten, porto of telefoonkosten, mogen altijd worden terugbetaald. Daarvoor zijn bonnetjes nodig. Dit is geen beloning, maar pure kostenvergoeding, en staat los van de statutaire regeling.
- Ehrenamtspauschale: De Duitse belastingwet staat toe dat vrijwilligers een belastingvrije forfaitaire vergoeding ontvangen. In 2026 bedraagt dit bedrag naar schatting 840 euro per jaar per persoon. Dit geldt voor bestuurders én gewone vrijwilligers. Voorwaarden: de statuten moeten het toestaan, het bedrag mag de werkelijke activiteiten niet ver overstijgen, en de gemeente of belastingdienst mag bij een controle de plausibiliteit toetsen.
Let op: de Ehrenamtspauschale is een vrije vergoeding, zonder dat de ontvanger bonnetjes hoeft te overleggen. Maar als een bestuurslid zowel de Ehrenamtspauschale als de werkelijke onkosten vergoed wil krijgen, telt de Ehrenamtspauschale mee als aftrekpost op de belastingvrije ruimte voor werkelijke kosten.
Kleingartenverein vorstand aufwandsentschädigung: de statuten regelen alles
Wil een Kleingartenverein zijn bestuur een Aufwandsentschädigung uitbetalen, dan moet de ledenvergadering de statuten aanpassen. Een gebruikelijke formulering is: „Die Vorstandsmitglieder können für ihre Tätigkeit eine angemessene Aufwandsentschädigung im Rahmen der steuerlichen Vorschriften erhalten.“ Daarna bepaalt de ledenvergadering jaarlijks het concrete bedrag, met inachtneming van de grenzen voor de Ehrenamtspauschale of de Übungsleiterpauschale.
De Übungsleiterpauschale is hoger (naar schatting rond 3.000 euro per jaar in 2026), maar is alleen bedoeld voor mensen die daadwerkelijk cursussen, trainingen of sportactiviteiten begeleiden. Een penningmeester of voorzitter van een Kleingartenverein valt daar in de meeste gevallen niet onder.
Wat gaat er in de praktijk mis?
De meest voorkomende fout is dat een bestuur zichzelf een vergoeding toekent zonder statutaire basis, of dat de hoogte van de vergoeding niet wordt onderbouwd. Bij een belastingcontrole of een conflict binnen de vereniging kan dit terugbetaling van de vergoedingen én verlies van de gemeinnützige Status betekenen. Een tweede valkuil: de vergoeding wordt niet in de jaarrekening van de vereniging vermeld. Transparantie richting de leden is niet alleen netjes, maar ook bescherming voor het bestuur zelf bij later gerezen vragen.
Zorgen dat de statuten kloppen, de vergoeding schriftelijk vastleggen in de notulen van de ledenvergadering, en de bedragen in de jaarrekening opnemen: dat zijn de drie stappen die een Kleingartenverein beschermen tegen problemen achteraf.
