Schrebergärten danken hun naam aan de Duitse arts Moritz Schreber, die in de negentiende eeuw pleitte voor meer beweging en frisse lucht voor kinderen in de stad. Hij richtte geen volkstuintjes op, maar zijn ideeën inspireerden anderen om dat wel te doen, waarna zijn naam aan het fenomeen bleef kleven.
Wie was Moritz Schreber?
Daniel Gottlob Moritz Schreber (1808-1861) was een Duits arts en pedagoog in Leipzig. Hij maakte zich grote zorgen over de gezondheid van stadskinderen, die nauwelijks buiten speelden en weinig lichaamsbeweging kregen. In zijn boeken en lezingen bepleitte hij tuinieren, spelen en lichamelijke opvoeding als middel tegen de ziektes en zwaktes die hij bij zijn patiënten zag.
Schreber zelf heeft nooit een volkstuinencomplex aangelegd. Zijn werk ging over gezondheid en opvoeding in brede zin, niet specifiek over moestuinen of tuinpercelen voor volwassenen. Toch is zijn naam er onlosmakelijk mee verbonden.
Hoe kwamen schrebergärten dan aan zijn naam?
Na de dood van Schreber in 1861 wilde zijn vriend en schooldirecteur Ernst Innocenz Hauschild hem eren. Hauschild richtte in Leipzig een speelveldje op voor kinderen, geïnspireerd door Schrebers ideeën over lichamelijke opvoeding. Dat veldje heette de „Schreberplatz“. Ouders van de spelende kinderen begonnen rond dat veldje kleine tuintjes aan te leggen, zodat ze hun kroost konden volgen terwijl ze zelf ook iets nuttigs deden.
Uit die combinatie van speelveld en tuintjes groeide langzaam het idee van aparte percelen voor gezinstuinen. De naam „Schrebergarten“ (Schreber-tuin) bleef hangen, ook al was het originele speelveld al lang verdwenen en hadden de tuinen weinig meer te maken met Schrebers oorspronkelijke boodschap over kindgezondheid.
Van Leipzig naar heel Europa
Vanuit Leipzig verspreidde het idee van de volkstuinen zich snel door Duitsland en later naar andere Europese landen. In de tweede helft van de negentiende eeuw en begin twintigste eeuw waren steden volgebouwd en hadden arbeidersgezinnen geen eigen grond. Een volkstuintje gaf hen de kans om groenten te verbouwen, buiten te zijn en even weg te zijn van de drukke fabrieksstad. Dat sociale en praktische nut zorgde voor een explosieve groei van het aantal volkstuincomplexen.
In Nederland spreken we over volkstuinen of volkstuintjes. In Duitsland, België en Zwitserland is de naam „Schrebergarten“ nog steeds gangbaar, al gebruikt men ook wel „Kleingarten“ (kleintuin). De term verwijst in al die landen naar hetzelfde: een gehuurd perceel grond binnen een georganiseerd complex, bedoeld voor particulier tuinieren.
Wat heeft Schreber zelf eigenlijk gedaan?
Het is een beetje ironisch: Schreber is beroemd geworden om iets wat hij nooit zelf heeft opgezet. Zijn bijdrage was een idee, een filosofie over gezond leven in de stad. Hij schreef onder andere over de waarde van tuinieren voor het lichaam en de geest, maar dan als activiteit, niet als georganiseerd tuincomplex. Zijn naam werd later aan het concept gegeven als eerbetoon door anderen, niet door hemzelf.
Schreber is ook bekend vanwege zijn zoon Daniel Paul Schreber, die in de psychologiegeschiedenis een heel andere rol speelt. Dat is een apart verhaal, maar het laat zien dat de familie Schreber op meerdere manieren een stempel heeft gedrukt op de Europese cultuurgeschiedenis.
De naam „schrebergarten“ is dus het resultaat van een eerbetoon dat een eigen leven ging leiden. Een arts die pleitte voor frisse lucht en beweging werd postuum het gezicht van een volkstuinenbeweging die miljoenen mensen over de hele wereld een eigen stukje groen geeft. Dat is misschien niet wat Schreber voor ogen had, maar het sluit wel perfect aan bij zijn oorspronkelijke boodschap.
