Blog

  • Pächterwechsel im Kleingartenverein: so läuft der Wechsel ab

    Pächterwechsel im Kleingartenverein: so läuft der Wechsel ab

    Ein Pächterwechsel im Kleingartenverein bedeutet, dass ein bestehender Pachtvertrag endet und ein neuer Pächter die Parzelle übernimmt. Dabei läuft der Wechsel nicht einfach zwischen zwei Personen ab: Der Verein spielt dabei eine entscheidende Rolle, und der bisherige Pächter hat weniger Einfluss auf den Nachfolger, als viele annehmen.

    Wer seinen Kleingarten abgeben möchte oder muss, sollte wissen, wie das Verfahren genau funktioniert. Denn Fehler in diesem Prozess können zu Streitigkeiten, finanziellen Verlusten oder sogar zur Ablehnung des Wunschwechsels führen.

    Wer entscheidet beim Pächterwechsel im Kleingartenverein?

    Der Kleingartenverein entscheidet, wer die Parzelle als nächstes pachtet, nicht der scheidende Pächter. Das ist ein wichtiger Punkt, den viele Gartenbesitzer unterschätzen. Der bisherige Pächter hat keinen Anspruch darauf, den Garten an gute Freunde oder Familienmitglieder weiterzugeben. Diese Entscheidung liegt beim Vereinsvorstand, oft in Abstimmung mit dem zuständigen Kreisverband oder Landesverband.

    In der Praxis arbeiten viele Vereine mit einer Warteliste. Interessenten tragen sich dort ein, und bei einem freiwerdenden Garten werden sie der Reihe nach kontaktiert. Das soll sicherstellen, dass alle Interessenten eine faire Chance bekommen.

    So läuft ein Pächterwechsel Schritt für Schritt ab

    • Kündigung oder Aufhebung des Pachtvertrags: Der scheidende Pächter kündigt seinen Vertrag schriftlich beim Verein. Dabei gelten die im Pachtvertrag festgelegten Fristen. Häufig ist eine Frist von drei bis sechs Monaten üblich, zum Ende des Pachtjahres.
    • Bewertung der Parzelle: Vor dem Wechsel wird der Garten bewertet. Ein Schätzer des Vereins oder Verbands ermittelt den Wert der aufstehenden Baulichkeiten und Anpflanzungen. Das betrifft vor allem die Laube, Gewächshäuser oder feste Einbauten.
    • Neupächter auswählen: Der Vereinsvorstand wählt aus der Warteliste einen geeigneten Nachfolger aus. Kriterien können unter anderem Wohnort, Familiensituation oder die Dauer der Wartezeit sein.
    • Übergabe und Zustandsprotokoll: Beim Übergabetermin wird der Garten gemeinsam besichtigt. Ein Protokoll hält den Zustand der Parzelle fest, damit später keine Streitigkeiten entstehen.
    • Neuer Pachtvertrag: Der neue Pächter schließt einen eigenen Pachtvertrag mit dem Verein ab. Der alte Vertrag wird nicht einfach übertragen.

    Was passiert mit der Laube und den Einbauten?

    Die Laube und andere bauliche Anlagen auf der Parzelle gehören in der Regel dem bisherigen Pächter. Der Neupächter kauft sie vom scheidenden Pächter ab, zum zuvor geschätzten Wert. Liegt der geforderte Preis über dem Schätzwert, kann der Verein einschreiten. Viele Vereine geben vor, dass der Kaufpreis den Schätzwert nicht wesentlich übersteigen darf, um Spekulationen zu vermeiden.

    Bauliche Anlagen, die ohne Genehmigung errichtet wurden, können dabei ein Problem werden. Der scheidende Pächter muss sie unter Umständen auf eigene Kosten entfernen, wenn der Verein deren Übernahme ablehnt.

    Pächterwechsel innerhalb der Familie: wat gilt hier?

    Viele Pächter möchten ihren Garten an Kinder oder andere Familienmitglieder weitergeben. Das ist grundsätzlich möglich, aber nur wenn der Verein zustimmt. Ein automatisches Erbrecht oder Weitergaberecht an Familienangehörige gibt es im Kleingartenwesen nicht. Der Verein kann auch hier nach eigenem Ermessen entscheiden und andere Bewerber vorziehen.

    Einige Vereine zeigen sich kulant und bevorzugen Familienmitglieder, wenn diese bereits Vereinsmitglieder sind oder den Garten gut kennen. Es empfiehlt sich, frühzeitig das Gespräch mit dem Vorstand zu suchen, bevor man Versprechen innerhalb der Familie macht.

    Häufige valkuilen bij een pachterwisseling

    • Te laat opzeggen: Wie zu spät kündigt, bleibt möglicherweise länger Pächter als gewollt und muss weiterhin Pacht zahlen.
    • Eigenmächtige Weitergabe: Ein Garten darf nicht einfach ohne Wissen des Vereins an eine andere Person übergeben werden. Das kann zur fristlosen Kündigung führen.
    • Überpreise für die Laube: Fordert der scheidende Pächter deutlich mehr als den Schätzwert, kann der Wechsel scheitern oder Streit entstehen.
    • Schlechter Gartenzustand: Wer einen verwilderten oder vernachlässigten Garten hinterlässt, muss möglicherweise für die Instandsetzung aufkommen.

    Welche Kosten fallen beim Pächterwechsel an?

    Die Kosten beim Pächterwechsel im Kleingartenverein hängen stark von der Parzelle und dem Verein ab. Typische Posten sind:

    • Schätzgebühr für die Bewertung der Laube und Einbauten (oft zwischen 50 und 150 Euro, als Schätzung für 2025)
    • Kaufpreis für Laube und Inventar (sehr unterschiedlich, von wenigen hundert bis mehreren tausend Euro)
    • Eventuelle Aufnahmegebühr des neuen Mitglieds im Verein
    • Rückbaukosten bei nicht genehmigten Bauten

    Der beste Tipp bei einem bevorstehenden Pächterwechsel: Sprich so früh wie möglich mit dem Vereinsvorstand, hol dir alle relevanten Unterlagen und lass den Garten rechtzeitig bewerten. Wer den Prozess offen und transparent angeht, vermeidet die meisten Probleme und sorgt für einen reibungslosen Übergang für alle Beteiligten.

  • Schrebergarten erfinder: wie zat er echt achter de volkstuinbeweging?

    Schrebergarten erfinder: wie zat er echt achter de volkstuinbeweging?

    De schrebergarten is niet uitgevonden door Daniel Gottlob Moritz Schreber, de man naar wie hij vernoemd is. Schreber was een orthopedisch arts en pedagoog in Leipzig die in 1861 overleed, zonder ooit een volkstuin te hebben aangelegd. De beweging die zijn naam draagt, ontstond pas ná zijn dood, en wel door anderen die zijn nagedachtenis wilden eren.

    Wie de schrebergarten-beweging wél in gang zette, is een verhaal over een schoolhoofd, een arts met idealen over kinderopvoeding, en een stad die groen nodig had.

    Schreber als naamgever, niet als erfinder

    Daniel Gottlob Moritz Schreber (1808-1861) was hoogleraar in Leipzig en schreef invloedrijke boeken over lichaamsbeweging en de gezonde ontwikkeling van kinderen. Hij pleitte voor frisse lucht, beweging en tuinieren als onderdeel van een gezonde opvoeding, maar hij legde zelf nooit een volkstuinencomplex aan. Zijn ideeën waren echter zo bekend en gerespecteerd dat zijn naam later aan de beweging werd verbonden.

    Na zijn dood richtten bewonderaars in Leipzig een park in ter ere van hem. Dat park, bestemd voor kinderen om te spelen en te bewegen, heette aanvankelijk gewoon een speelplaats. Tuinen voor gezinnen kwamen er pas later bij.

    De echte grondlegger: Ernst Innozenz Hauschild

    De man die als werkelijke grondlegger van de schrebergarten-beweging wordt gezien, is Ernst Innozenz Hauschild. Hij was schoolhoofd in Leipzig en richtte in 1864 een vereniging op ter nagedachtenis aan Schreber. Het doel was om kinderen een plek te geven voor spel en lichaamsbeweging in de open lucht, iets wat Schreber altijd had gepropageerd.

    Hauschild organiseerde het eerste terrein in Leipzig. Wat begon als speelruimte voor kinderen, groeide al snel uit tot een plek waar ouders ook kleine tuinpercelen bearbeidden. Die tuinen werden steeds groter en belangrijker, en zo ontstond langzaam het concept van de schrebergarten zoals we het nu kennen: een klein stukje grond buiten de stad, waar een gewone stadsbewoner groenten, fruit en bloemen kan verbouwen.

    De rol van Karl Gesell

    Naast Hauschild speelde ook Karl Gesell een belangrijke rol in de vroege ontwikkeling van de beweging. Hij was arts en deelde Schreber’s overtuiging dat stadsbewoners baat hadden bij contact met de natuur. Gesell hielp bij de organisatie van de eerste volkstuincomplexen en droeg bij aan de verspreiding van het idee buiten Leipzig.

    Samen zorgden Hauschild en Gesell ervoor dat wat Schreber theoretisch had beschreven, in de praktijk werkelijkheid werd. Schreber gaf de naam, maar zij bouwden het systeem.

    Waarom draagt het de naam van Schreber?

    Het is niet ongebruikelijk dat een beweging vernoemd wordt naar een inspirerende figuur in plaats van naar de feitelijke organisatoren. Schreber had in zijn tijd veel aanzien en zijn ideeën over gezonde leefstijl, buitenlucht en tuinieren als opvoedingsinstrument pasten perfect bij wat de beweging wilde uitstralen. Door de tuintjes naar hem te noemen, gaf men de beweging meteen een gezaghebbend en herkenbaar gezicht.

    Die strategie werkte: de naam „schrebergarten“ verspreidde zich vanuit Leipzig door heel Duitsland en later ver daarbuiten. In Nederland spreken we ook van volkstuinen of moestuinen, maar de term schrebergarten is in het Duits en in grote delen van Europa nog altijd de standaardbenaming.

    Van Leipzig naar heel Europa

    Vanuit Leipzig groeide de beweging snel. Aan het einde van de negentiende eeuw ontstonden in veel Duitse steden vergelijkbare complexen, met kleine percelen die verhuurd werden aan arbeiders en andere stadsbewoners. De tuinen boden niet alleen ontspanning, maar ook een aanvulling op het voedsel van gezinnen die het financieel niet breed hadden.

    In de twintigste eeuw werden schrebergärten formeel geregeld via wetgeving, zoals de Bundeskleingartengesetz in Duitsland, die regels stelt aan de grootte van percelen, het gebruik van tuinhuisjes en de maximale bebouwing. De beweging heeft dus een lange weg afgelegd: van een speelpleintje ter ere van een orthopedisch arts naar een juridisch beschermde vorm van groen wonen aan de rand van de stad.

    Wie op zoek is naar de erfinder van de schrebergarten, vindt dus geen één naam, maar een samenspel van mensen. Schreber leverde de ideeën en de inspiratie, Hauschild zette de eerste stap in de praktijk, en samen vormen zij de grondslag van een tuintraditie die tot op de dag van vandaag miljoenen mensen in Europa aan het spitten houdt.

  • Schrebergarten regeln: wat mag je wel en niet in een volkstuincomplex?

    Schrebergarten regeln: wat mag je wel en niet in een volkstuincomplex?

    In een schrebergarten gelden strikte regels die door de pachter en de vereniging samen worden bepaald. Wie een perceel pacht bij een volkstuinvereniging, mag er niet zomaar naar eigen inzicht mee omgaan. De regels voor een schrebergarten komen uit drie lagen: de Duitse wet (Bundeskleingartengesetz), de eigen statuten van de vereniging en de individuele pachtovereenkomst.

    Die combinatie maakt het soms ingewikkeld. Wat in één volkstuincomplex zonder probleem mag, is bij de buurvereniging verboden. Toch zijn er een aantal regels die bijna overal gelden.

    Wat het Bundeskleingartengesetz verplicht voorschrijft

    De Bundeskleingartengesetz (BKleingG) is de wettelijke basis voor alle schrebergärten in Duitsland. Deze wet bepaalt dat een volkstuin voor minimaal een derde deel als groentетuin (nutzgarten) gebruikt moet worden. Dat betekent concreet: wie op een perceel van 300 vierkante meter alleen sierbeplanting en een terras aanlegt, voldoet niet aan de wet. Er moet aantoonbaar ruimte zijn voor het kweken van groenten, fruit of kruiden.

    Daarnaast mag een tuinhuis op een schrebergarten geen permanente woning zijn. De wet stelt een maximale vloeroppervlakte van 24 vierkante meter (inclusief overkapping en veranda). Wonen in de tuin is officieel verboden. Dat klinkt soepel, maar verenigingen controleren dit regelmatig, zeker als iemand er aantoonbaar dag en nacht verblijft.

    De meest voorkomende schrebergarten regeln per categorie

    Beplanting en gebruik van de grond: Bomen mogen in de meeste volkstuincomplexen alleen worden geplant als ze de buurpercelen niet te veel beschaduwen. Hoogstambomen zijn in veel gevallen helemaal verboden. Heggen mogen vaak tot een vaste maximumhoogte, meestal tussen de 1,20 en 1,80 meter. Snoeien op het voorgeschreven tijdstip is verplicht, niet optioneel.

    Bouwwerken: Naast het tuinhuis van maximaal 24 m² zijn ook andere bouwwerken aan regels gebonden. Serres, pergola’s en schuurtjes vereisen vaak vooraf toestemming van het bestuur. Zwembaden en grote waterpartijen zijn in veel verenigingen verboden of alleen in kleine vorm toegestaan.

    Composteren en afval: Biologisch afval mag en moet in veel volkstuinen gecomposteerd worden. Chemisch afval, bouwafval en grote hoeveelheden snoeihout horen niet op de eigen plek thuis. De meeste complexen hebben een centrale afvalplaats.

    Dieren: Het houden van kippen, konijnen of andere dieren is bij de meeste verenigingen niet toegestaan. Bijen zijn een uitzondering, maar ook daarvoor is toestemming nodig en soms geldt een maximum aantal kasten.

    Lawaai en openbare orde: Rust- en stiltetijden gelden bijna altijd. Veelgebruikte tijden zijn zondagochtend tot 12:00 uur en dagelijks tussen 13:00 en 15:00 uur en na 22:00 uur. Elektrische grasmaaimachines en blowers zijn tijdens die uren verboden. Luid feesten kan leiden tot een formele waarschuwing.

    Wat gebeurt er als je de regels overtreedt?

    Een vereniging heeft het recht om bij overtredingen stappen te ondernemen. De procedure gaat doorgaans in drie stappen. Eerst volgt een mondelinge of schriftelijke waarschuwing. Daarna krijg je een formele aanmaning met een termijn om de overtreding te herstellen. Als dat niet gebeurt, kan de vereniging de pachtovereenkomst opzeggen. Dat is een bevoegdheid die rechters in Duitsland serieus nemen: rechtszaken over opzegging van volkstuinpacht worden regelmatig gevoerd en de tuinvereniging heeft daarin dikwijls een sterke positie.

    Concrete overtredingen die tot opzegging kunnen leiden: permanent bewonen van het tuinhuis, een te groot gebouw neerzetten, de nutzgarten-eis negeren, of structureel lawaairegels schenden.

    Hoe vind je de specifieke regels van jouw volkstuincomplex?

    Bij het tekenen van de pachtovereenkomst krijg je de gartenordnung (tuinreglement) van de vereniging. Lees dit document altijd volledig door voor je tekent. De gartenordnung bevat de specifieke regels die voor jouw complex gelden en die aanvullend zijn op de wettelijke eisen. Staat er iets in dat je niet begrijpt, vraag dan voor ondertekening om uitleg aan het bestuur.

    Heb je de gartenordnung niet meer? Vraag een nieuw exemplaar op bij het bestuur. Je hebt als pachter het recht om dit document in te zien. In sommige gevallen publiceert de overkoepelende regionale organisatie (zoals de Landesverband) ook algemene modelreglementen online.

    Veelgestelde vragen over schrebergarten regeln

    Mag je ’s nachts in de schrebergarten slapen? Af en toe overnachten mag in de meeste gevallen, maar structureel en permanent wonen niet. De grens ligt bij wat de buren opmerken en wat het bestuur constateert.

    Mag je een terras aanleggen? Ja, maar het terras telt mee voor de niet-groene oppervlakte. Zorg dat je nog voldoende ruimte overhoudt voor de verplichte nutzgarten-zone.

    Is een carport of garage toegestaan? Zelden. Auto’s mogen bij de meeste complexen alleen op de aangewezen parkeerplaatsen staan en niet op het perceel zelf.

    Mag je pesticide gebruiken? Veel verenigingen beperken of verbieden chemische bestrijdingsmiddelen. Kijk in je gartenordnung welke middelen toegestaan zijn.

    De schrebergarten regeln zijn niet bedoeld om het plezier te verpesten, maar om samenleven op een klein stuk grond te organiseren. De slimste aanpak is simpel: lees je gartenordnung, vraag bij twijfel altijd eerst toestemming aan het bestuur, en zorg dat je de verplichte nutzgarten-eis zichtbaar nakomt. Dan heb je de meeste problemen al voorkomen.

  • Sichtschutz im Schrebergarten: wat is er precies toegestaan?

    Sichtschutz im Schrebergarten: wat is er precies toegestaan?

    In een schrebergarten is sichtschutz in de meeste gevallen toegestaan, maar de regels zijn strikt. Of je nu een haag, een houten scherm of een bamboescherm wil plaatsen: de hoogte, het materiaal en de locatie bepalen of het mag. Wat precies is toegestaan hangt af van de regels van je Kleingartenverein en van de geldende Kleingartenordnung (tuinreglement).

    De meest voorkomende regel is een maximale hoogte van 1,20 meter aan de perceelsgrenzen. Sommige verenigingen staan tot 1,50 meter toe, andere hanteren strengere grenzen. Hoger is vrijwel nooit toegestaan zonder expliciete toestemming. Controleer dus altijd het reglement van je eigen Verein voordat je iets plaatst.

    Welke vormen van sichtschutz zijn in een schrebergarten erlaubt?

    De meest geaccepteerde vorm van sichtschutz is een levende haag van inheemse plantensoorten. Denk aan liguster, meidoorn of veldesdoorn. Deze passen bij het groene karakter van een Kleingarten en zijn in vrijwel alle reglementen toegestaan, zolang ze niet te hoog worden. Een levende haag heeft wel onderhoud nodig: hij moet gesnoeid worden zodat hij niet over de toegestane hoogte groeit en niet in het perceel van de buurman doorgroeit.

    Kunstmatige schermen, zoals bamboematten, PVC-rolschermen of houten latwerk, zijn ook bij veel verenigingen toegestaan. Hiervoor gelden vaak extra voorwaarden: het materiaal mag niet te opvallend zijn in kleur of uitstraling, en permanente houten constructies kunnen aangemerkt worden als bouwwerk waarvoor toestemming nodig is. Een los opgehangen bamboescherm wordt over het algemeen minder snel als probleem gezien dan een stevig verankerd houten frame.

    Betonnen of gemetselde muren zijn in vrijwel elke Kleingartenverein verboden. Dat geldt ook voor hekken van metaal gaas als primaire sichtschutz. Dit soort materialen past niet bij het wettelijk vastgelegde karakter van een Kleingarten als groene, open ruimte.

    Hoogte: de meest voorkomende grens

    De maximale hoogte van een sichtschutz is het meest betwiste punt. In Duitsland hanteert de meerderheid van de Kleingartenvereinen een grens van 1,20 meter voor afscheidingen aan de zijkanten en de achterkant van het perceel. Aan de straatkant of aan het pad gelden soms lagere grenzen, zoals 80 centimeter, om het open karakter te bewaren.

    Soms is er ruimte voor maatwerk. Vlak achter de tuinhuisje, tegen een bestaande muur of aan de zijkant van een tuinhuis zelf, wordt een hogere afscheiding soms gedoogd of formeel toegestaan. Vraag dit altijd schriftelijk na bij je Vereinsvorstand, zodat je geen verrassingen krijgt achteraf.

    Wat gebeurt er als je de regels overtreedt?

    Een te hoge of verboden sichtschutz moet worden verwijderd als de Verein dat eist. In ernstige gevallen kan dit leiden tot een officiële aanmaning (Abmahnung) of zelfs tot beëindiging van de pachtovereenkomst. Dat klinkt drastisch, maar het wordt zelden meteen zo ver doorgetrokken. In de meeste gevallen krijg je eerst een verzoek om het aan te passen binnen een bepaalde termijn.

    Conflicten met buren over sichtschutz komen regelmatig voor. Een scherm dat te hoog is, schaduw geeft of in slechte staat verkeert, kan aanleiding geven tot een klacht bij het bestuur. Houd er rekening mee dat ook jij verplicht kunt worden om het onderhoud bij te houden, ook als het om een haag van jouw buurman gaat die aan jouw kant uitgroeit.

    Praktische tips voor de juiste sichtschutz

    • Vraag het reglement van je Kleingartenverein op en lees de paragraaf over Einfriedungen en Hecken.
    • Vraag bij twijfel schriftelijk toestemming aan de Vereinsvorstand voordat je iets plaatst.
    • Kies voor inheemse plantensoorten als je een levende haag wil. Dat wordt in vrijwel alle gevallen geaccepteerd.
    • Meet de hoogte van je scherm altijd op de grens zelf, niet vanuit de voet op jouw eigen perceel.
    • Vermijd felle kleuren bij kunstmatige schermen. Groen, bruin of naturel valt zelden op als storend.

    Wanneer is sichtschutz helemaal niet toegestaan?

    Aan de voorzijde van het perceel, langs het hoofdpad van de Anlage, is een sichtschutz in veel reglementen verboden of beperkt tot een symbolische afscheiding. Dit om de open uitstraling van de gezamenlijke tuin te bewaren. Dat is een directe uitvloeisel van het Bundeskleingartengesetz, de federale wet die de uitgangspunten van Kleingärten vastlegt.

    Ook als je perceel grenst aan een gemeenschappelijk speelveld of een watergang, kunnen er beperkingen gelden die afwijken van de standaardregels. Check dit apart bij je Verein.

    De eenvoudigste manier om problemen te voorkomen: vraag het na, schrijf het op, en kies voor een oplossing die duidelijk past binnen de toegestane hoogte en materialen. Een haag van 1,20 meter met inheemse planten is in veruit de meeste gevallen een veilige keuze die nergens op stuit.

  • Waarom heten schrebergärten zo? De man achter de naam

    Waarom heten schrebergärten zo? De man achter de naam

    Schrebergärten danken hun naam aan de Duitse arts Moritz Schreber, die in de negentiende eeuw pleitte voor meer beweging en frisse lucht voor kinderen in de stad. Hij richtte geen volkstuintjes op, maar zijn ideeën inspireerden anderen om dat wel te doen, waarna zijn naam aan het fenomeen bleef kleven.

    Wie was Moritz Schreber?

    Daniel Gottlob Moritz Schreber (1808-1861) was een Duits arts en pedagoog in Leipzig. Hij maakte zich grote zorgen over de gezondheid van stadskinderen, die nauwelijks buiten speelden en weinig lichaamsbeweging kregen. In zijn boeken en lezingen bepleitte hij tuinieren, spelen en lichamelijke opvoeding als middel tegen de ziektes en zwaktes die hij bij zijn patiënten zag.

    Schreber zelf heeft nooit een volkstuinencomplex aangelegd. Zijn werk ging over gezondheid en opvoeding in brede zin, niet specifiek over moestuinen of tuinpercelen voor volwassenen. Toch is zijn naam er onlosmakelijk mee verbonden.

    Hoe kwamen schrebergärten dan aan zijn naam?

    Na de dood van Schreber in 1861 wilde zijn vriend en schooldirecteur Ernst Innocenz Hauschild hem eren. Hauschild richtte in Leipzig een speelveldje op voor kinderen, geïnspireerd door Schrebers ideeën over lichamelijke opvoeding. Dat veldje heette de „Schreberplatz“. Ouders van de spelende kinderen begonnen rond dat veldje kleine tuintjes aan te leggen, zodat ze hun kroost konden volgen terwijl ze zelf ook iets nuttigs deden.

    Uit die combinatie van speelveld en tuintjes groeide langzaam het idee van aparte percelen voor gezinstuinen. De naam „Schrebergarten“ (Schreber-tuin) bleef hangen, ook al was het originele speelveld al lang verdwenen en hadden de tuinen weinig meer te maken met Schrebers oorspronkelijke boodschap over kindgezondheid.

    Van Leipzig naar heel Europa

    Vanuit Leipzig verspreidde het idee van de volkstuinen zich snel door Duitsland en later naar andere Europese landen. In de tweede helft van de negentiende eeuw en begin twintigste eeuw waren steden volgebouwd en hadden arbeidersgezinnen geen eigen grond. Een volkstuintje gaf hen de kans om groenten te verbouwen, buiten te zijn en even weg te zijn van de drukke fabrieksstad. Dat sociale en praktische nut zorgde voor een explosieve groei van het aantal volkstuincomplexen.

    In Nederland spreken we over volkstuinen of volkstuintjes. In Duitsland, België en Zwitserland is de naam „Schrebergarten“ nog steeds gangbaar, al gebruikt men ook wel „Kleingarten“ (kleintuin). De term verwijst in al die landen naar hetzelfde: een gehuurd perceel grond binnen een georganiseerd complex, bedoeld voor particulier tuinieren.

    Wat heeft Schreber zelf eigenlijk gedaan?

    Het is een beetje ironisch: Schreber is beroemd geworden om iets wat hij nooit zelf heeft opgezet. Zijn bijdrage was een idee, een filosofie over gezond leven in de stad. Hij schreef onder andere over de waarde van tuinieren voor het lichaam en de geest, maar dan als activiteit, niet als georganiseerd tuincomplex. Zijn naam werd later aan het concept gegeven als eerbetoon door anderen, niet door hemzelf.

    Schreber is ook bekend vanwege zijn zoon Daniel Paul Schreber, die in de psychologiegeschiedenis een heel andere rol speelt. Dat is een apart verhaal, maar het laat zien dat de familie Schreber op meerdere manieren een stempel heeft gedrukt op de Europese cultuurgeschiedenis.

    De naam „schrebergarten“ is dus het resultaat van een eerbetoon dat een eigen leven ging leiden. Een arts die pleitte voor frisse lucht en beweging werd postuum het gezicht van een volkstuinenbeweging die miljoenen mensen over de hele wereld een eigen stukje groen geeft. Dat is misschien niet wat Schreber voor ogen had, maar het sluit wel perfect aan bij zijn oorspronkelijke boodschap.

  • Ärger mit dem Vorstand im Kleingartenverein: wat kun je doen?

    Ärger mit dem Vorstand im Kleingartenverein: wat kun je doen?

    Ärger mit dem Vorstand eines Kleingartenvereins ist häufiger als viele denken. Konflikte entstehen wegen unklarer Regeln, ungerechter Behandlung, fehlender Transparenz bei Finanzen oder persönlicher Animosität. Das Gute: Du bist als Pächter nicht schutzlos. Es gibt klare Wege, wie du dich gegen einen schwierigen Vorstand wehren kannst.

    Wichtig zu wissen: Kleingartenvereine sind Vereine im Sinne des Bürgerlichen Gesetzbuchs (BGB). Das bedeutet, sie müssen bestimmte Regeln einhalten, und du als Mitglied hast Rechte. Der Vorstand ist nicht allmächtig.

    Typische Konflikte mit dem Vorstand im Kleingartenverein

    Die häufigsten Ursachen für Ärger mit dem Vereinsvorstand sind leicht erkennbar. Viele Pächter berichten über Folgendes:

    • Willkürliche Abmahnungen oder Kündigungsdrohungen wegen angeblicher Verstöße gegen die Gartenordnung
    • Ungleiche Behandlung einzelner Mitglieder gegenüber anderen
    • Fehlende Transparenz bei Vereinsfinanzen oder Beschlüssen
    • Druck bei Gemeinschaftsstunden oder Sonderleistungen
    • Persönliche Konflikte, die in vereinsrechtliche Maßnahmen umgewandelt werden
    • Verweigerung von Auskünften, auf die Mitglieder rechtlich Anspruch haben

    Gerade wenn der Vorstand sich weigert, Probleme offen anzusprechen, oder wenn er auf Beschwerden gar nicht reagiert, fühlen sich viele Pächter allein gelassen.

    Ärger mit dem Vorstand: deine Rechte als Vereinsmitglied

    Als Mitglied eines Kleingartenvereins hast du konkrete Rechte. Der Verein ist an seine Satzung gebunden, und der Vorstand darf nicht einfach tun, was er will. Zu deinen wichtigsten Rechten gehören:

    • Recht auf Einsicht in die Vereinssatzung und Vereinsordnungen: Du hast das Recht, diese Dokumente jederzeit einzusehen.
    • Recht auf eine ordentliche Mitgliederversammlung: Beschlüsse müssen dort gefasst werden, nicht willkürlich durch den Vorstand.
    • Recht auf Akteneinsicht bei deiner eigenen Akte: Abmahnungen und Protokolle, die dich betreffen, darfst du einsehen.
    • Recht auf Anhörung: Vor einer Kündigung des Pachtvertrags muss in der Regel eine Abmahnung erfolgen, und du musst Gelegenheit bekommen, dich zu äußern.

    Außerdem sind viele Kleingartenvereine laut ihrer Satzung zur Integration und gleichmäßigen Behandlung aller Mitglieder verpflichtet. Willkürliches Handeln des Vorstands kann also nicht nur ungerecht, sondern auch satzungswidrig sein.

    Schritt für Schritt: so gehst du gegen den Vorstand vor

    Wenn du Ärger mit dem Vorstand hast, ist ein ruhiges, dokumentiertes Vorgehen fast immer wirkungsvoller als emotionale Eskalation. Folge diesem Ablauf:

    1. Dokumentiere alles. Fotografiere den Zustand deines Gartens regelmäßig. Halte Gespräche mit dem Vorstand schriftlich fest, am besten per E-Mail oder Brief mit Eingangsbestätigung. Bewahre alle Abmahnungen, Schreiben und Protokolle auf.
    2. Schreibe eine formelle Beschwerde. Richte eine schriftliche Beschwerde an den Vorstand. Beschreibe den Sachverhalt sachlich, benenne konkrete Verstöße gegen die Satzung oder Gartenordnung und setze eine Frist zur Antwort (zum Beispiel 14 Tage).
    3. Wende dich an den Bezirksverband. Über dem Ortsverein steht meist ein Bezirks- oder Kreisverband. Dieser kann vermitteln, den Vorstand zur Rechenschaft ziehen und in manchen Fällen auch Maßnahmen einleiten. Manche Bezirksverbände haben eigene Schlichtungsstellen.
    4. Beantrage eine außerordentliche Mitgliederversammlung. Wenn genügend Mitglieder (häufig mindestens 10 bis 20 Prozent laut Satzung) dies fordern, muss der Vorstand eine Mitgliederversammlung einberufen. Dort können Beschlüsse angefochten oder der Vorstand abgewählt werden.
    5. Hole rechtliche Beratung ein. Ein Anwalt für Vereinsrecht oder Mietrecht kann prüfen, ob der Vorstand rechtswidrig gehandelt hat. Der Deutsche Mieterbund oder lokale Mietervereine helfen manchmal auch bei Pachtfragen weiter.

    Was tun, wenn der Bezirksverband nicht hilft?

    Nicht jeder Bezirksverband reagiert schnell oder auf der Seite des einzelnen Mitglieds. In diesem Fall gibt es weitere Möglichkeiten. Du kannst dich an den Landesverband der Kleingärtner wenden, der in jedem Bundesland existiert. Auch eine Anfrage beim Amtsgericht ist möglich, wenn der Vorstand gegen zwingendes Vereinsrecht (BGB §§ 21 ff.) verstößt. Amtsgerichte können auf Antrag Satzungsverstöße feststellen lassen.

    Außerdem kann es helfen, andere betroffene Mitglieder anzusprechen. Wenn mehrere Pächter ähnliche Erfahrungen gemacht haben, ist eine gemeinsame Beschwerde oder ein Antrag auf Mitgliederversammlung deutlich wirkungsvoller als eine Einzelstimme.

    Wann solltest du einen Anwalt einschalten?

    In diesen Situationen ist anwaltliche Hilfe ratsam:

    • Der Vorstand will deinen Pachtvertrag kündigen, und du bist der Meinung, die Kündigung ist ungerechtfertigt.
    • Du erhältst Abmahnungen, obwohl du keine Regeln verletzt hast.
    • Der Vorstand hindert dich aktiv daran, deinen Garten zu nutzen.
    • Alle anderen Schritte (Beschwerde, Bezirksverband, Mitgliederversammlung) haben nichts gebracht.

    Eine erste Rechtsberatung kostet je nach Anwalt und Region schätzungsweise zwischen 90 und 250 Euro (Stand 2024/2025). Wer eine Rechtsschutzversicherung hat, prüfe, ob Vereins- oder Mietstreitigkeiten abgedeckt sind.

    Praktischer Tipp: Beweise sichern von Anfang an

    Viele Pächter unterschätzen, wie wichtig Beweise sind, wenn es zum Streit kommt. Mache regelmäßig Fotos deines Gartens mit Datum, damit niemand später behaupten kann, der Garten sei vernachlässigt gewesen. Führe ein kurzes Protokoll über jedes Gespräch mit dem Vorstand: Datum, Ort, was wurde gesagt, wer war dabei. Das klingt aufwendig, kostet aber nur wenige Minuten pro Woche und kann im Streitfall entscheidend sein.

    Ärger mit dem Vereinsvorstand lässt sich selten vollständig vermeiden, wenn die Chemie einmal nicht stimmt. Aber mit ruhigem Kopf, klarer Dokumentation und dem Wissen um deine Rechte als Mitglied und Pächter stehst du deutlich besser da als ohne Vorbereitung. Geh schrittweise vor, eskaliere erst dann, wenn alle freundlichen Wege ausgeschöpft sind, und scheue dich nicht, Unterstützung beim Bezirksverband oder einem Anwalt zu suchen.

  • Eichgesetz en de stromzähler in de kleingarten: wat is verplicht?

    Eichgesetz en de stromzähler in de kleingarten: wat is verplicht?

    Op grond van het Mess- und Eichgesetz (MessEG) zijn stromzählers in een kleingarten eichpflichtig. Dat betekent dat elke meter waarmee stroom aan derden wordt doorberekend, officieel geijkt moet zijn en binnen een geldige ijkperiode valt. Veel kleingartenvereine werken nog met oude, niet-geijkte meters, maar dat is juridisch niet toegestaan.

    De ijkplicht geldt zodra een kleingartenverein stroom doorlevert aan individuele leden en daarvoor een vergoeding vraagt. De meter dient dan te voldoen aan de eisen van het MessEG en de bijbehorende uitvoeringsregels. Een aanklager of toezichthouder hoeft maar één keer langs te komen, en de boetes kunnen oplopen.

    Waarom het Mess- und Eichgesetz geldt voor stromzählers in de kleingarten

    Het MessEG is van toepassing op alle meetinstrumenten die worden gebruikt bij commerciële transacties, ook als het om kleine bedragen gaat. Zodra een kleingartenverein via een hoofdmeter stroom inkoopt bij een energieleverancier en die stroom via individuele meters aan leden doorlevert, is er sprake van een commerciële meting. Het maakt niet uit of de prijs kostendekkend is of dat er geen winst op wordt gemaakt. De wet kijkt naar het gebruik van de meter, niet naar de hoogte van het bedrag.

    In de praktijk bleek in 2020 dat bij sommige kleingartenvereine nog zo’n 90 procent van de stromzählers niet geijkt was. Dat is een groot risico voor de vereniging als geheel, want de verantwoordelijkheid ligt bij de beheerder van de meter, meestal het bestuur van de vereniging.

    Ijkperiode: hoe lang is een geijkte meter geldig?

    Een geijkte elektriciteitsmeter heeft een vaste ijkperiode. Voor de meeste huishoudelijke ferraris-meters (met draaiende schijf) geldt een ijkperiode van 16 jaar. Voor modernere elektronische meters is dat in de regel 8 jaar. Na het verstrijken van deze periode verliest de ijking haar geldigheid, ook als de meter technisch nog correct werkt. Een verlopen ijking is gelijk aan geen ijking.

    Controleer op de meter zelf het ijkjaar. Dat staat als getal vermeld, vaak samen met een officieel ijkmerk. Telt je daarna de geldende periode op en is de datum verstreken, dan moet de meter worden vervangen of opnieuw worden geijkt door een erkende instantie.

    Wie is verantwoordelijk binnen de kleingartenverein?

    Het bestuur van de kleingartenverein is eindverantwoordelijk. Als beheerder van de meetinfrastructuur draagt het bestuur de zorgplicht voor geldige ijkingen. Individuele leden kunnen niet aansprakelijk worden gesteld als de meter door de vereniging wordt beheerd. Wordt de meter door het lid zelf aangeschaft en beheerd, dan ligt de verantwoordelijkheid bij dat lid.

    In de praktijk verloopt de aanpak het makkelijkst als het bestuur een overzicht maakt van alle geplaatste meters, inclusief het ijkjaar en de resterende geldigheidsduur. Zo houd je als vereniging overzicht en kun je tijdig vervangen.

    Wat te doen bij niet-geijkte of verlopen stromzählers

    De enige correcte oplossing is vervanging door een nieuwe, geijkte meter, of herijking door een erkend laboratorium. Herijking van oudere meters is vaak duurder dan vervanging door een nieuwe meter. Nieuwe geijkte ferraris-meters of elektronische meters zijn bij gespecialiseerde leveranciers verkrijgbaar. Zorg dat de meter bij aankoop voorzien is van een geldig ijkmerk en dat het ijkjaar op de verpakking of het typeplaatje staat vermeld.

    Gebruik een niet-geijkte meter nooit als basis voor een verrekening met leden, ook niet tijdelijk. Doe je dat wel, dan loop je als bestuur risico op bezwaren van leden over de juistheid van de afrekening, en in het ergste geval op handhaving door de bevoegde ijkdienst (het Eichamt of de Landesbehörde).

    Alternatief: aansluiting per pacht

    Sommige kleingartenvereine kiezen er voor om de stroom niet door te verrekenen via individuele meters, maar een vast bedrag in de pachtprijs op te nemen. Zolang er geen individuele meting plaatsvindt die als basis dient voor een variabele verrekening, vervalt de ijkplicht voor die meters. Let wel: ook dan moet transparant zijn hoe het vaste bedrag is berekend. Dit model vereist wel duidelijke afspraken in de pachtovereenkomst en akkoord van de leden.

    Wil je als vereniging toch individueel meten en verrekenen, dan is er geen ontsnapping aan de ijkplicht. Controleer daarom nu welke meters in jouw kleingarten actief zijn, noteer de ijkjaren en plan vervanging in voordat de termijn verloopt. Zo kom je als bestuur niet voor verrassingen te staan.

  • Kleingarten an Kinder weitergeben: so klappt die Übergabe

    Kleingarten an Kinder weitergeben: so klappt die Übergabe

    Einen Kleingarten an Kinder weiterzugeben ist grundsätzlich möglich, aber nicht automatisch. Du kannst deinen Pachtvertrag nicht einfach auf deinen Sohn oder deine Tochter übertragen. Die Entscheidung liegt beim Kleingärtnerverein und dem zuständigen Bezirksverband, nicht bei dir als Pächter. Was du tun kannst, ist deinen Wunsch frühzeitig anzumelden und gemeinsam mit deinem Kind den richtigen Weg zu gehen.

    Warum eine Direktweitergabe oft nicht möglich ist

    Kleingärten werden auf Grundlage des Bundeskleingartengesetzes (BKleingG) verpachtet. Der Pachtvertrag besteht zwischen dem Verein und dir persönlich. Das bedeutet: stirbt der Pächter oder gibt er den Garten auf, erlischt der Vertrag. Eine automatische Erbfolge oder Übertragung auf Kinder oder Enkelkinder ist gesetzlich nicht vorgesehen.

    Viele Vereine und Bezirksverbände erhalten regelmäßig Anfragen von Unterpächtern, die ihren Kleingarten an Kinder oder Enkelkinder weitergeben möchten. Das zeigt, wie häufig dieser Wunsch besteht. Und in der Praxis gibt es Wege, aber sie gehen immer über den Verein.

    Kleingarten an Kinder weitergeben: de twee echte wegen

    In de praktijk zijn er twee situaties waarin een overdracht aan een kind realistisch is.

    • Vrijwillige pachtoverdracht bij leven: Je geeft de tuin op, en je kind meldt zich als nieuwe gegadigde bij de vereniging. De tuin gaat dan terug naar de vereniging, die een nieuwe pachter kiest. Als je kind bovenaan de wachtlijst staat of anderszins wordt voorgetrokken, kan het werken. Dit is echter geen garantie.
    • Overlijden van de pachter: Na overlijden kan een mede-bewonende partner soms de pacht voortzetten. Voor kinderen geldt dit in de meeste gevallen niet automatisch. Het kind moet zich als nieuwe gegadigde aanmelden.

    Sommige Bezirksverbände kennen een interne aanbevelingsprocedure, waarbij de scheidende pachter een kandidaat mag voorstellen. De vereniging beslist dan of die persoon geschikt is. Dit is geen recht, maar een mogelijkheid die het waard is te bespreken.

    Was du konkret tun kannst

    Als je je kleintuin op een gegeven moment aan je kind wilt overdragen, zijn dit de meest zinvolle stappen:

    1. Frühzeitig beim Verein nachfragen: Informiere deinen Vorstand so früh wie möglich über deinen Wunsch. Manche Vereine haben interne Regelungen für solche Fälle.
    2. Kind auf die Warteliste setzen lassen: In vielen Vereinen gibt es Wartelisten. Lasse dein Kind so früh wie möglich eintragen, damit es bei einem freiwerdenden Garten berücksichtigt wird.
    3. Bezirksverband kontaktieren: Wenn der Verein keine klare Auskunft geben kann, wende dich direkt an den zuständigen Bezirksverband. Dort gibt es oft Erfahrungswerte mit solchen Anfragen.
    4. Übergabe zu Lebzeiten planen: Wenn du selbst noch gesund bist, ist eine geordnete Übergabe zu Lebzeiten oft einfacher zu regeln als eine Nachlassregelung nach dem Tod.

    Valkuil: beloftes van de voorzitter zijn geen garantie

    Pas op voor mondelinge toezeggingen. Soms geeft een voorzitter aan dat „het wel geregeld kan worden“, maar een Bezirksverband of hogere instantie kan dat besluit later terugdraaien. Laat afspraken altijd schriftelijk vastleggen en controleer of de juiste persoon binnen de vereniging tekenbevoegd is.

    Een andere valkuil: de waarde van de tuinhuisje en de beplanting. Bij overdracht betaalt de nieuwe pachter vaak een overnamesom voor de opstallen en aanplant. Dit bedrag moet realistisch en marktconform zijn, anders kan de overdracht geblokkeerd worden door de vereniging. Laat een taxatie uitvoeren als je twijfelt over de hoogte van het bedrag.

    Häufige Fragen

    Kann ich meinen Kleingarten vererben? Nein, nicht direkt. Der Pachtvertrag endet mit dem Tod des Pächters. Dein Kind muss sich als neuer Bewerber beim Verein anmelden.

    Hat mein Kind Vorrang vor anderen Bewerbern? Einen gesetzlichen Vorrang gibt es nicht. Manche Vereine handhaben das kulant, andere halten sich strikt an die Warteliste.

    Was passiert mit dem Gartenhaus und den Pflanzen? Diese bleiben zunächst Eigentum des Nachlasses. Der neue Pächter übernimmt sie in der Regel gegen eine Entschädigung, die der Verein mit festlegt.

    Darf ich meinem Kind schon jetzt erlauben, im Garten zu arbeiten? Ja, das ist möglich. Familienangehörige dürfen den Garten mitnutzen. Das verschafft dem Kind schon vor der offiziellen Übernahme praktische Erfahrung, schafft aber noch keinen Pachtanspruch.

    De sleutel bij het doorgeven van een kleintuin aan kinderen ligt bij vroeg handelen en open communicatie met de vereniging. Hoe eerder je het gesprek aangaat, hoe meer ruimte er is om samen naar een oplossing te zoeken die voor alle partijen werkt.

  • Kleingarten pächterwechsel: kaufvertrag für den garten ausdrucken en gebruiken

    Kleingarten pächterwechsel: kaufvertrag für den garten ausdrucken en gebruiken

    Bij een pächterwechsel in een kleingarten heb je een kaufvertrag nodig om de overdracht van de opstallen, beplanting en installaties op de grond juridisch vast te leggen. Dit koopcontract regelt niet de grond zelf, maar alles wat zich daarop bevindt: het tuinhuisje, de schuur, de aanleg, de beplanting en andere voorzieningen die op basis van het Bundeskleingartengesetz en de geldende rahmenkleingartenordnung zijn toegestaan. Je kunt dit contract als pdf downloaden en uitprinten, zodat zowel de vertrekkende pachter als de nieuwe pachter een ondertekend exemplaar heeft.

    Wat regelt de kaufvertrag bij een kleingarten pächterwechsel?

    Het contract voor een pächterwechsel in een kleingarten gaat uitsluitend over de overdracht van de opstallen en voorzieningen op de percelen, niet over de pacht van de grond zelf. Die pacht loopt via de kleingartenvereeniging en de verhuurder. De kaufvertrag legt vast wat de nieuwe pachter overneemt van de vertrekkende pachter, en voor welk bedrag.

    Typische onderdelen die in zo’n kaufvertrag staan:

    • De exacte locatie en het perceelnummer van de kleingarten
    • Een omschrijving van alle gebouwen en bouwwerken (tuinhuisje, pergola, schuur)
    • De vaste installaties zoals wateraansluiting, stroomaansluiting of compostvakken
    • Beplanting met bijzondere waarde, zoals fruitbomen of meerjarige struiken
    • De overeengekomen koopprijs voor het geheel
    • De datum van overdracht
    • De handtekeningen van koper, verkoper en vaak een vertegenwoordiger van de kleingartenvereeniging

    Sommige verenigingen eisen dat ook de voorzitter of een bestuurslid het contract mede-ondertekent of er officieel kennis van neemt. Check dit vooraf bij jouw vereinigung, want zonder hun goedkeuring kan de overdracht worden geblokkeerd.

    Hoe gebruik je het kaufvertrag kleingarten pächterwechsel zum ausdrucken?

    Je kunt een standaard kaufvertrag voor een kleingarten pächterwechsel downloaden als pdf-bestand en uitprinten. Vul het formulier volledig in vóórdat je het afdrukt of vul het handmatig in na het uitprinten. Zorg voor twee of drie identieke exemplaren: één voor de koper, één voor de verkoper, en een derde voor het bestuur van de kleingartenvereeniging als zij dat verlangen.

    Stap voor stap:

    • Stap 1: Download het pdf-formulier, bijvoorbeeld via de website van jouw kleingartenvereeniging of een betrouwbare organisatie zoals de Bundesverband Deutscher Gartenfreunde.
    • Stap 2: Vul alle gegevens in: namen van koper en verkoper, adres en perceelnummer van de tuin, en een gedetailleerde beschrijving van wat er wordt overgedragen.
    • Stap 3: Laat beide partijen het contract ondertekenen op de afgesproken overdrachtsdatum.
    • Stap 4: Lever een exemplaar in bij het bestuur van de vereniging als onderdeel van de officiële pachtoverdracht.
    • Stap 5: Bewaar jouw eigen exemplaar zorgvuldig, ook na de overdracht.

    De koopprijs: hoe bepaal je die?

    De koopprijs in de kaufvertrag bij een kleingarten pächterwechsel mag niet zomaar vrij worden bepaald. Het Bundeskleingartengesetz stelt dat de vergoeding reëel moet zijn: de prijs mag niet hoger liggen dan de werkelijke waarde van de opstallen en beplanting. Overwaarde die eigenlijk over de grond gaat, is niet toegestaan en kan juridische gevolgen hebben.

    In de praktijk laat de kleingartenvereiniging de waarde soms taxeren door een onafhankelijke beoordelaar (Wertermittler). Naar schatting liggen de totale koopbedragen voor de opstallen van een gemiddelde kleingarten in Duitsland rond de 3.000 tot 15.000 euro in 2025, afhankelijk van de kwaliteit en omvang van het tuinhuisje en de aanleg. Dit zijn geen vaste bedragen maar schattingen op basis van gangbare praktijk; de feitelijke prijs hangt volledig af van de individuele situatie.

    Wees voorzichtig als een verkoper vraagt om een deel van de betaling buiten de kaufvertrag om te regelen. Dat is niet alleen juridisch riskant, maar kan ook leiden tot problemen bij de goedkeuring door de vereinigung.

    Valkuilen bij het invullen van de kaufvertrag

    Een paar fouten komen bij een pächterwechsel vaker voor dan je zou denken. Zorg dat de beschrijving van wat er wordt overgedragen zo concreet mogelijk is. Schrijf niet alleen „tuinhuisje“, maar noteer ook het bouwjaar, de afmetingen en de staat. Een vage beschrijving kan later leiden tot discussie over wat er nu precies was inbegrepen.

    Controleer ook of alle opstallen die in de kaufvertrag staan, daadwerkelijk zijn toegestaan op grond van het Bundeskleingartengesetz. Illegale bouwwerken, zoals een te groot tuinhuisje of een verbouwing zonder toestemming, kun je niet rechtsgeldig overdragen. De koper heeft dan achteraf mogelijk geen recht op de betaalde koopsom als de bouwwerken moeten worden verwijderd.

    Vergeet niet dat de übertragung van de pacht een apart traject is naast de kaufvertrag. De koper betaalt jou voor de opstallen, maar sluit dan een nieuwe pachtovereenkomst met de verpachter via de vereniging. Die twee zaken lopen parallel maar zijn juridisch gescheiden.

    Een goed ingevulde en uitgeprinte kaufvertrag voor een kleingarten pächterwechsel beschermt zowel de koper als de verkoper. Neem de tijd voor een volledige, correcte invulling, vraag bij twijfel advies bij jouw kleingartenvereiniging en bewaar alle ondertekende exemplaren zorgvuldig.

  • Kündigung des Kleingartens durch den Verein: wanneer mag dat en wat zijn je rechten?

    Kündigung des Kleingartens durch den Verein: wanneer mag dat en wat zijn je rechten?

    Een Kleingartenverein kan jouw pachtcontract opzeggen, maar dat mag niet zomaar. De Kündigung eines Kleingartens durch den Verein is gebonden aan strikte wettelijke regels, vastgelegd in het Bundeskleingartengesetz (BKleingG). De vereniging heeft geldige redenen nodig en moet de juiste procedure volgen. Doet ze dat niet, dan is de opzegging rechtsgeldig aanvechtbaar.

    Welche Gründe berechtigen den Verein zur Kündigung?

    Het Bundeskleingartengesetz onderscheidt twee soorten opzegging door de vereniging: de gewone opzegging en de buitengewone (fristlose) opzegging. Welke van toepassing is, hangt af van de reden.

    Bij een gewone opzegging gaat het meestal om situationen waarbij de grond een andere bestemming krijgt, bijvoorbeeld als de gemeente de grond terugvordert voor infrastructuurprojecten. De vereniging mag dan het contract opzeggen, maar moet een opzegtermijn van minimaal één jaar in acht nemen, en de opzegging moet plaatsvinden tegen het einde van een pachtjaar.

    Een buitengewone opzegging (fristlose Kündigung) is mogelijk bij ernstige tekortkomingen van de pachter. Concrete voorbeelden zijn:

    • Aanhoudend niet betalen van de pacht
    • Gebruik van de tuin voor permanente bewoning (verboden op grond van het BKleingG)
    • Structurele verwaarlozing van het perceel
    • Ernstige overlast richting andere tuinders of buren
    • Gebruik van de tuin voor niet-toegestane doeleinden, zoals commerciële activiteiten

    Belangrijk: bij de meeste van deze redenen moet de vereniging de pachter eerst schriftelijk waarschuwen (Abmahnung) en hem een redelijke termijn geven om het probleem te verhelpen. Pas als dat niet gebeurt, mag de Kündigung volgen.

    Formele vereisten: zo moet de opzegging eruitzien

    Een mondelinge opzegging is niet geldig. De Kündigung van de Kleingarten door de vereniging moet schriftelijk gebeuren. In de brief moeten de reden(en) duidelijk worden benoemd. Een vage verwijzing naar „tekortschieten“ is niet voldoende; de vereniging moet concreet beschrijven wat er mis is gegaan en, indien van toepassing, op welk moment of over welke periode.

    Daarnaast is de handtekening van een bevoegde vertegenwoordiger van de vereniging vereist. Gaat het om een Kündigung vanuit de overkoepelende Kleingartenanlage via een dachorganisatie, dan gelden soms aanvullende formele eisen afhankelijk van de Satzung (statuten).

    Wat kun je doen als je een Kündigung ontvangt?

    Ontvang je een opzegging van de vereniging, controleer dan als eerste of alle formele vereisten zijn nageleefd. Zijn er fouten gemaakt, zoals een ontbrekende schriftelijke waarschuwing vooraf, een te korte opzegtermijn of een onvoldoende gemotiveerde brief, dan kan de Kündigung in veel gevallen nietig zijn.

    Je hebt het recht om de opzegging te betwisten via de rechter. In Duitsland zijn hiervoor de Amtsgerichte bevoegd. Vraag bij twijfel altijd juridisch advies, bijvoorbeeld bij een Mieterverein, een Kleingärtnerverband of een gespecialiseerde advocaat. Handelbaar snel: een reactietermijn of verweer kan aan strikte deadlines gebonden zijn.

    Wil je de tuin vrijwillig overdragen in plaats van via een gedwongen beëindiging, dan is overleg met de vereniging vaak een betere route. In veel gevallen is er ruimte voor een minnelijke oplossing, inclusief afspraken over een opvolger voor het perceel.

    Kündigung kleingarten durch verein: de meest voorkomende valkuilen

    Veel pachters maken de fout om een ontvangen Kündigung te negeren of pas laat juridisch advies te zoeken. Dat kan ertoe leiden dat je rechten verlopen voordat je ze kunt inroepen. Reageer altijd schriftelijk en bewaar alle correspondentie.

    Een andere valkuil is verwarring over wie de eigenlijke contractpartner is. In Duitsland is de directe verpachter vaak de Kleingärtnerverein, maar de grond is meestal eigendom van de gemeente of een andere organisatie. Dat heeft invloed op wie bevoegd is om op te zeggen en onder welke voorwaarden.

    Tot slot: een Kündigung betekent niet automatisch dat je ook direct moet vertrekken. Zolang de opzegging niet rechtsgeldig is vastgesteld of de opzegtermijn loopt, heb je recht op voortgezet gebruik van het perceel.

    Kortom: de vereniging heeft het recht om een pachtcontract op te zeggen, maar is daarin sterk gebonden aan het Bundeskleingartengesetz. Controleer altijd of de juiste procedures zijn gevolgd, reageer schriftelijk en zoek tijdig juridisch advies als je de Kündigung wilt betwisten.