Gartenlaube selber bauen: zo pak je het stap voor stap aan

Een gartenlaube selber bauen is goed te doen, ook zonder bouwervaring. Met de juiste voorbereiding, een stevige fundering en eenvoudig houtwerk zet je in een paar weekenden een solide prieel of tuinhuisje neer dat jaren meegaat. Hieronder lees je precies hoe je dat aanpakt, van planning tot het laatste dakpaneel.

Wat is een gartenlaube en wat wil je ermee?

Een gartenlaube is een kleine overkapping of tuinhuisje in de tuin, bedoeld als schaduwplek, opslagruimte of werkplaats. Voordat je begint met bouwen, is het goed om te bepalen waarvoor je het bouwsel nodig hebt. Een open prieel voor gezellig zitten vraagt om een andere aanpak dan een gesloten huisje voor het opslaan van tuingereedschap en dierenvoer.

Bepaal ook de afmetingen vooraf. Een gebruikelijke maat voor een kleine gartenlaube is rond de 3 bij 3 meter of 3 bij 4 meter. Groter dan 5 bij 5 meter? Dan is in veel gemeenten een vergunning nodig. Controleer dat bij je gemeente voordat je begint.

Materialen en gereedschap verzamelen

Voor het zelf bouwen van een gartenlaube heb je het volgende nodig:

  • Constructiehout (meestal vurenhout of Douglas), in secties van 6 bij 8 cm of 8 bij 8 cm voor de staanders
  • Planken voor de bekleding of wanden (rabatdelen of schaallatten)
  • Balkenhout voor de dakspanten
  • Dafdekmateriaal (golfplaten, dakpannen of EPDM-folie)
  • Betonblokken, schroefpalen of houten balken voor de fundering
  • Roestvrije schroeven en connectoren (geen gewone spijkers)
  • Een cirkelzaag, accuboor, waterpas en meetlint

Kies voor hout dat behandeld of geïmpregneerd is. Onbehandeld hout rot binnen een paar jaar weg, zeker als het in contact komt met de grond of bij regen.

Gartenlaube selber bauen: de fundering

De fundering is het belangrijkste onderdeel van de hele constructie. Een scheve of onstabiele basis betekent dat de wanden later gaan scheeftrekken. Je hebt drie opties:

Betonblokken of klinkers: leg vier tot zes betonblokken op vaste grond, met een laagje zand eronder. Controleer met een waterpas of alles gelijk ligt. Dit is de eenvoudigste en goedkoopste methode, geschikt voor kleine tuinhuisjes.

Schroefpalen: draai stalen schroefpalen de grond in op de hoekpunten. Hierop schroef je de vloerbalken. Dit werkt goed op ongelijke of hellende terreinen en is niet permanent, wat handig is als je later wil verplaatsen.

Betonpoeren: graaf op de hoekpunten gaten van zo’n 40 tot 60 cm diep, maak bekisting en giet beton. Na uitharding (minimaal 24 uur) heb je de stevigste basis. Dit is geschikt als de constructie groot of permanent is.

De vloer en wanden bouwen

Begin met het verankeren van de vloerbalken (ook wel grondplaat of raamwerk) op de fundering. Gebruik roestvrije ankerplaten of schroefdraadstangen om het hout vast te zetten. Leg dan de vloerplanken dwars op de balken en schroef ze vast.

Bouw daarna de wanden als losse frames op een vlakke plek, voordat je ze rechtop zet. Maak rechthoekige frames van staanders en regels, met een tussenafstand van 60 cm voor de staanders. Zo hoef je minder zaagwerk te doen en zijn de frames makkelijker recht te houden. Zet de frames rechtop, controleer nogmaals met het waterpas en schoor ze tijdelijk af met diagonale latten tot alles aan elkaar is geschroefd.

Bevestig daarna de buitenbekleding. Rabatdelen (overlappende planken) zijn populair en geven een klassieke uitstraling. Laat onderaan een kleine opening of zet de onderste plank op een rubber afdichtingsprofiel, zodat regenwater niet onder de bekleding blijft staan.

Het dak bouwen

Een zadeldak is het meest voorkomend bij een gartenlaube selber bauen, maar een lessenaarsdak (één hellend vlak) is eenvoudiger te maken. Bij een lessenaarsdak loopt het dak van voor naar achter schuin af, met een helling van minimaal 10 graden zodat regen goed afloopt.

Zaag de dakspanten op maat en bevestig ze bovenop de wanden. Leg daarna de dakbeschot (planken) haaks op de spanten. Dek af met EPDM-folie, golfplaten of bitumineuze dakbedekking. Werk altijd van beneden naar boven bij het leggen, zodat elke laag de onderliggende overlapt en regen niet onder de bedekking door kan lopen.

Let op de dakoversteek. Een overstek van 20 tot 30 cm aan alle kanten beschermt de wanden tegen regen en verlengt de levensduur van het hout enorm.

Afwerking en behandeling van het hout

Na het bouwen behandel je alle houten onderdelen met een houtbeschermingsproduct. Gebruik een beits, impregneerverf of transparante olie, afhankelijk van het gewenste uiterlijk. Onbehandeld buitenhout grijst binnen een jaar en begint daarna te scheuren en te rotten.

Zet eventueel een deur of raam in. Kant-en-klare tuinhuisdeuren zijn bij bouwmarkten te koop in standaardmaten (often 70 bij 190 cm of 80 bij 200 cm) en zijn eenvoudig in te hangen. Vergeet ook niet de ontwatering rondom de constructie. Als water langs de wanden blijft staan, heb je binnen een paar jaar problemen met rot.

Veelgemaakte fouten bij het zelf bouwen

  • Te weinig aandacht aan de fundering. Een scheve fundering is later nauwelijks te corrigeren.
  • Geen verbindingshoeken of ankerplaten gebruiken. Houten verbindingen alleen met spijkers zijn niet sterk genoeg voor buitengebruik.
  • Onbehandeld hout gebruiken of vergeten na te behandelen.
  • De dakoversteken weglaten om materiaal te besparen. Dit kost op de lange termijn meer.
  • Niet controleren of een vergunning nodig is.

Met een goed plan, de juiste materialen en wat geduld bouw je een gartenlaube die jarenlang meegaat. Begin klein als je weinig bouwervaring hebt, een eenvoudig lessenaarsdakhuisje van 3 bij 2 meter is een ideaal eerste project en geeft je meteen de vaardigheden voor een groter bouwwerk later.